Het land aan de overkant

De weilanden en akkers ten oosten van de Zwalmbeek, tussen de Bostmolen en de Boembekemolen werden door de aanleg van de spoorweg in 1880 plots afgesneden van de mensen die dit land gebruikten en bewerkten.

We hadden een gesprek met Alfons, die in 1931 werd geboren. De jonge Alfons hielp zijn ‘meetje’ graag mee op haar kleine boerderij met 3 koeien. Ze gebruikte akkerland en weiland aan beide kanten van de spoorweg. Later bewerkte Alfons het land samen met zijn vrouw. Binnenkort gaan we samen nog eens naar deze plaats bij het Mijnwerkerspad waar waarschijnlijk nog veel mooie herinneringen verstopt zitten tussen de koeien en onder de brugjes.

Naar aanleiding van dit gesprek gingen we even kijken op de oude topografische kaarten van voor en na de aanleg van de spoorweg.

Op de kaart van 1872 kunnen we zien dat het land ten oosten van de Zwalm aansluit bij de bewoning in de Wolvenhoek. Op deze hoger gelegen gronden stonden toen een 15-tal gebouwen, waaronder één vierkantshoeve.

Na de aanleg van de spoorweg in 1880 werden er overwegen voorzien om de gronden aan de overkant te bereiken. Daar waar de spoorweg op een verhoging liep werden tunneltjes onder de spoorweg gebouwd. Deze tunneltjes bestaan vandaag nog steeds. Van op het Mijnwerkerspad zijn ze echter niet zo duidelijk zichtbaar als het 'koebrugje', het enige brugje op het traject tussen Zottegem en Opbrakel dat over de spoorweg leidt. Dit brugje, dat pas recent de naam ‘koebrugje’ kreeg, werd aangelegd op een plaats waar de spoorweg in de diepte lag. Daar waar de spoorweg op grondniveau lag, werden gewone overwegen voorzien. Op het traject tussen de Slijpstraat en de Boembekemolen zien we op de topografische kaart van 1935 één tunneltje, één brugje en twee gelijkgrondse overwegen.

    leaderlogostp