woensdag, 30 September 2020 15:49

Vraag van de maand: hoe verloopt de aanmaak, wijziging of opheffing van een gemeentelijk rooilijnplan (deel 3: de geïntegreerde procedure)?

De tijd gaat snel: het Gemeentewegendecreet blies intussen zijn eerste verjaardagskaarsje uit. Op 1 september 2019 veranderden de regels die van toepassing zijn op trage wegen ingrijpend. > Eerder legden we al uitdat de grenzen van elke gemeenteweg bepaald worden door de rooilijnen ervan en dat die rooilijnen worden vastgesteld en gewijzigd door het aannemen van rooilijnplannen. Dat kan door het volgen van > de autonome procedure, maar dergelijke wijzigingen kunnen ook worden geïntegreerd in een omgevingsvergunning. We spreken daarom van > de geïntegreerde procedure, maar hoe verloopt die nu precies?

Voorwerp van de vergunningsaanvraag

openbaaronderzoekEen aanvraag tot omgevingsvergunning heeft altijd een ‘voorwerp’ en dat kan zowat alles zijn: één woning zijn, een hele verkaveling, een windmolen of een winkelcentrum. Afhankelijk van het voorwerp verschilt de procedure, wat het gedetailleerd uitleggen niet eenvoudig maakt. Het voorwerp is dus eigenlijk het soort project waarvoor men een omgevingsvergunning aanvraagt.

Eerste aanleg

De instantie die als eerste zich zal buigen over de aanvraag wordt de ‘vergunningverlener in eerste aanleg’ genoemd. In het overgrote deel van de gevallen, zal het allicht gaan over het College van Burgemeester en Schepenen van de gemeente waar het project zich situeert. Dat is zo bij een huis of een verkaveling. Maar bij een windmolen is het de Deputatie van de provincie. En een stevig winkelcentrum wordt in eerste aanleg vergund door de Vlaamse Regering.

Aanvraag

Een aanvraag tot het bekomen van een omgevingsvergunning wordt ingediend door de aanvrager via het omgevingsloket. Zoals artikel 12 van het Gemeentewegendecreet stipuleert, kán een aanvrager ook een rooilijnplan of een grafisch plan tot opheffing bij het dossier voegen. In dat geval is het belangrijk dat in het ‘voorwerp’ van de vergunning ook het wijzigen van een gemeenteweg wordt vermeld.

Eerst zal de vergunnerverlener in eerste aanleg het ingediende dossier controleren op volledigheid. Als er gemeentewegen mee gemoeid zijn, moet de omgevingsambtenaar in kwestie dus nagaan of het ingediende rooilijnplan of grafisch plan tot opheffing voldoet aan de vereisten van het Gemeentewegendecreet. Deze instantie controleert ook (opnieuw: naargelang het project) aan welke instanties en openbare besturen advies moet gevraagd worden én zal ook het openbaar onderzoek organiseren.

Openbaar onderzoek & bezwaar

huisinaanbouwAls er een gemeenteweg in het dossier wordt aangelegd, gewijzigd of opgeheven moet er dus steeds een openbaar onderzoek georganiseerd worden. Het rooilijnplan of het grafisch plan tot opheffing moet digitaal ter beschikking staan. Bezwaar kan dan ook het gemakkelijkst worden ingediend via het omgevingsloket of rechtstreeks bij de vergunningverlener in eerste aanleg. Hoe je dat doet, varieert van instantie tot instantie, het staat op de gele borden ter plaatse vermeld. Je kan zowel bezwaren indienen tegen het project zelf als bezwaren die louter betrekking hebben op de wijziging van de wegenis.

Oordeel van de gemeenteraad

Vooraleer de vergunningverlener in eerste aanleg kan beslissen moet de gemeenteraad steeds oordelen over het rooilijnplan of het grafisch plan tot opheffing in het dossier. Deze beslissing stond bekend onder de noemer ‘zaak van de wegen’, maar heet vandaag voluit ‘beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg’. Voor het gemak behouden we de term ‘zaak van de wegen’. De gemeenteraad moet deze beslissing motiveren op basis van de artikel 3 (doelstellingen) en artikel 4 (principes) van het Gemeentewegendecreet en eventueel ook op basis van een eigen gemeentelijk beleidskader (artikel 6).

De kern van de zaak is dat de gemeenteraad dus een complete abstractie maakt van het projectdossier en zal motiveren vanuit het openbaar belang. Meer nog: de gemeenteraad kan zich helemaal niet uitspreken over de stedenbouwkundige aspecten van het dossier, tenzij de vormvereiste “in het kader van de realisatie van de planologische bestemming van de gronden” niet gerespecteerd zou zijn.

De goedkeuringbeslissing van de gemeenteraad wordt voorwaardelijk genomen:

  •  de beslissing is nietig wanneer er geen vergunning wordt verleend voor het project zelf;
  •  de beslissing is nietig tot zolang het vergunde project zelf niet gerealiseerd is.

Gemeenteraden nemen deze voorwaarden dan ook best op in hun beslissingen.

Beslissing in eerste aanleg

verkavelingAls de gemeenteraad de plannen afkeurt, dan kan de vergunningverlener het project niet vergunnen. Zonder zich te buigen over de plannen zelf, zal deze dus de voorliggende plannen moeten afkeuren. Tegen zo’n ‘negatieve’ beslissing ‘zaak van de wegen’ kan een aanvrager wel in beroep gaan. Als de gemeenteraad de plannen goedkeurt, dan kan ook de vergunningverlener in eerste aanleg zich buigen over het project. Als deze het project goedkeurt, dan kunnen derden in beroep gaan.

Beroep

Het Gemeentewegendecreet voorziet een extra beroepstrap in het Omgevingsvergunningendecreet, nl. artikel 31/1, waardoor men in beroep kan gaan tegen de ‘zaak van de wegen’. Het beroep verloopt wel nog complex: je moet formeel in beroep gaan tegen de omgevingsvergunning zelf, waarbij je gelijktijdige een ‘wegenisberoep’ moet instellen. En daar wordt het lastig: het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt behandeld door de Beroepsinstantie (ook hier: afhankelijk van het voorwerp) en het wegenisberoep wordt behandeld door de Vlaamse Regering. In de praktijk is dat dus de Vlaamse minister van Mobiliteit, die ook de beroepen behandelt in de autonome procedure. We wijden in het volgende e-zine specifiek een artikel over hoe zo’n beroep kan ingesteld worden.

Beslissing in beroep

Het wegenisberoep is een annulatieberoep: de Vlaamse minister kan dus alleen maar de zaak van de wegen bevestigen of afkeuren. Ze kan geen initieel afgekeurde beslissing terug goedkeuren. Als de Vlaamse minister een beroep tegen een ‘negatieve’ beslissing inwilligt, is het gevolg ervan dat er een nieuw besluitvormingsproces dient opgestart te worden of dat de gemeenteraad alsnog een positief beslissing neemt terwijl de procedure nog loopt. Die beslissing moet dan rekening houden met de ‘dragende overwegingen’ die in het annulatiebesluit van de Vlaamse minister zijn opgenomen. Uiteraard is dan een nieuw bestuurlijk annulatieberoep niet uitgesloten, waardoor zo’n procedure erg lang kan aanslepen en in cirkeltjes kan draaien. De beslissing van de gemeenteraad weegt dus erg zwaar door in deze materie!

Als ook in beroep alle mogelijke bezwaren tegen de ‘positieve’ beslissing van de zaak van de wegen worden verworpen, dan kan de omgevingsvergunning worden afgeleverd door de bevoegde beroepsinstantie.

Jurisdictioneel beroep

Tegen een omgevingsvergunning kan je ook nog jurisdictioneel, administratiefrechtelijk beroep aantekenen bij de Raad van Vergunningsbetwistingen. Tegen de beslissing van de Vlaamse Minister over de wegenis staat óók een jurisdictioneel beroep open, maar wel bij de Raad van State. Deze beroepen werken niet opschortend, dus de aanvrager die een vergunning heeft verkregen kan intussen wel al starten met de realisatie van het project.

De verweving van de materie in de geïntegreerde procedure is dermate complex dat het Departement Omgeving een overzicht maakte van > Veelgestelde vragen.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief



Trage Wegen draagt zorg voor je privacy. Door je in te schrijven op onze nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacyverklaring.