maandag, 03 February 2020 09:14

Vraag van de maand: Wat is een rooilijnplan?

De regels die van toepassing zijn op trage wegen veranderden ingrijpend op 1 september 2019 door de invoering van het Gemeentewegendecreet. Dat heeft ook gevolgen voor de manier waarop de ligging en de breedte van de trage wegen worden vastgelegd. Dat is immers waarvoor een rooilijnplan dient. Het Gemeentewegendecreet bepaalt wat er minstens op zo’n plan te moet staan. Een woordje uitleg!

De rooilijn

grafischplanHet gemeentewegendecreet definieert de rooilijn als de grens tussen de gemeenteweg en de aangelande eigendommen (art. 2, 9°). Het gaat dus niet noodzakelijk om een eigendomsgrens, omdat heel wat gemeentewegen ook op particuliere gronden kunnen liggen. Dat is vandaag het geval bij een overgrote meerderheid van de trage wegen. Een gemeenteweg heeft dus per definitie steeds twee rooilijnen. De zone die zich tussen de beide rooilijnen bevindt, omvat de volledige breedte van de gemeenteweg. Dat is niet alleen de rijbaan, maar vaak ook de wegbermen, de taluds en de eventuele baangrachten.

Lang niet elke gemeenteweg heeft ook een rooilijnplan. Van het overgrote deel van de gemeentewegen die zijn ontstaan door langdurig openbaar gebruik werden nooit plannen opgemaakt. Ze hebben dus wel rooilijnen, maar geen rooilijnplan. Voor alle duidelijkheid: dat maakt een weg niet minder of niet meer tot gemeenteweg.

Het rooilijnplan

Het rooilijnplan legt de precieze ligging en de breedte van een gemeenteweg vast, door het optekenen van de rooilijnen van deze gemeenteweg. Een rooilijnplan kan worden opgemaakt om reeds bestaande rooilijnen te bevestigen, te wijzigen of om toekomstige rooilijnen te creëren. Om rooilijnen op te heffen, creëerde de decreetgever een nieuw instrument: het grafisch plan tot opheffing. Daarover verder meer.

De vereiste inhoud van een rooilijnplan

Het gemeentewegendecreet is vrij soepel over de vormvereisten van een rooilijnplan. Het decreet legt geen standaard op voor schaal, noch voor kleuraanduidingen of symbolen op het plan. De toetssteen is dat het plan duidelijk moet zijn. Het aanbrengen van zoveel mogelijk referentiepunten (waterlopen, afstanden tot gebouwen, …) is daarbij een goede landmeetpraktijk.

Decretaal wordt wel een minimum inhoud bepaald voor een rooilijnplan (art. 16, §2 en §3). Een gemeentelijk rooilijnplan bevat ten minste:

  • de actuele en toekomstige rooilijn van de gemeenteweg;
  • de kadastrale vermelding van de sectie, de nummers en de oppervlakte van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen;
  • de naam van de eigenaars van de getroffen kadastrale percelen en onroerende goederen volgens kadastrale gegevens of andere gegevens die voor het gemeentebestuur beschikbaar zijn;
  • een berekening van de eventuele waardevermindering of waardevermeerdering van gronden ten gevolge van de aanleg, wijziging of verplaatsing van een gemeenteweg;
  • de eventuele aanduiding van nutsleidingen die door de wijziging of verplaatsing van de gemeenteweg op private eigendom zullen liggen.

Vooral de berekening van de waardevermindering of -vermeerdering in deze fase is nieuw. Het schattingsverslag van de landmeter maakt dus integraal deel uit van het rooilijnplan. De logica is dat iedereen de gevolgen kan inschatten van het realiseren van het rooilijnplan. Dit is vooral van belang voor de opmerkingen in het openbaar onderzoek of bij eventuele beroepen tegen het definitief vastgestelde rooilijnplan.

Daarnaast kán een gemeentelijk rooilijnplan kan ook een achteruitbouwstrook vastleggen. Dat is een bouwvrije strook tussen de rooilijn en de bouwlijn. Vroeger werd deze strook al eens een ‘voortuinstrook‘ genoemd. Deze strook maakt dus géén deel uit van de gemeenteweg en geldt dus als een publieke erfdienstbaarheid van niet-bebouwen.

abw-rooilijnplanEen definitief vastgesteld rooilijnplan overschrijft een eerder rooilijnplan. De lokale besturen zullen dus nieuwe rooilijnplannen maken om bv. voormalige voet- en buurtwegen te wijzigen. De rooilijnplannen van deze wegen zijn immers de detailplannen uit de befaamde atlassen der buurtwegen. Het Gemeentewegen behoudt integraal alle eerder vastgestelde rooilijnplannen, dus ook de atlassen der buurtwegen.

Het grafisch plan tot opheffing

Als een lokaal bestuur alleen maar een bestaande rooilijn wenst op te heffen, dan gebeurt dit niet met een rooilijnplan. Het Gemeentewegendecreet voorziet daarvoor een grafisch plan tot opheffing. De minimale inhoud daarvan wordt eveneens bepaald in het decreet (art. 20). De inhoudsvereisten zijn nagenoeg dezelfde als deze voor het rooilijnplan.

Ook hier wordt, naast een nauwkeurige weergave van de op te heffen rooilijn, de vermelding van percelen en eigenaars, verplicht een inschatting van de waardevermeerdering gevraagd als deel van het grafisch plan tot opheffing.

In een volgend e-zine behandelen we de procedure waarmee de plannen worden opgemaakt.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief



Trage Wegen draagt zorg voor je privacy. Door je in te schrijven op onze nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacyverklaring.