Regulier onderhoud van landschappelijke en recreatieve infrastructuren op het platteland. Beleidsaanbeveling. Nota

Type Digitale publicatie
Jaar 2008
Uniek nummer D348

Op het bestuurlijk overleg van 30 januari 2006 werd de agenderingsfiche ‘uitvoering en coördinatie van het onderhoud van landschappelijke en recreatieve infrastructuren op het Vlaamse platteland’ toegewezen aan het ondersteunende IPO overleg. “Landschappelijke en recreatieve infrastructuren op het platteland worden meestal aangelegd op terreinen die in eigendom zijn van openbare besturen (gemeenten, provincie, Vlaams Gewest, polderbesturen, …). Naast de aanlegkosten van dergelijke infrastructuur is er ook de beheerskost, die jaarlijks dient gedragen te worden door deze besturen. In de praktijk begint in sommige regio’s de beheerskost de bepalende factor te zijn voor het al dan niet uitvoeren van inrichtingswerken. Tegelijkertijd zijn lijnvormige infrastructuren soms in beheer van verschillende instanties, waarbij niet duidelijk is wie de coördinatie voor dit beheer moet doen. De toenemende vraag naar recreatieve ontsluiting en landschappelijke opwaardering van het platteland kan maar worden beantwoord als er tegelijkertijd wordt gesleuteld aan een efficiënt, betaalbaar en goed gecoördineerd beheer van deze infrastructuur.” Er werd een themagroep opgestart. De themagroep wenste zich een globaal beeld te vormen van de bestaande werkingsystemen op het vlak van de basiszorg van landschappelijke en recreatieve infrastructuren op het Vlaamse platteland. De themagroep stelde een beperkte inventarisatieopdracht voor waarbij de stand van zaken van de basiszorg kon worden geanalyseerd. Na akkoord van het Bestuurlijk Overleg van 12 december 2006, voerde het IPO het onderzoek uit onder begeleiding van de voorzitter en met onderzoekstechnische ondersteuning van een deskundige. Het IPO pretendeert niet alle Vlaamse werkingsystemen die zich bezig houden met regulier onderhoud van landschappelijke en recreatieve infrastructuren in kaart te hebben gebracht. Er werden 25 respondenten gekozen volgens bepaalde criteria (provinciebestuur, stadsbestuur met buitengebied, gemeentebestuur zonder regionaal landschap, samenwerkingsverband of intercommunales, middenveldorganisatie). Niet alles werd onderzocht. Het onderzoek werd opgevat als een consultatieproces. Er werd geconcentreerd op 3 facetten van het regulier onderhoud, met name op kleine landschapselementen (KLE), klein historisch erfgoed (KHE) en recreatieve randinfrastructuur (RRI). Voor elk van deze 3 facetten werden 3 kernvragen gesteld: • Wordt het regulier onderhoud binnen het eigen werkingsgebied volledig gebiedsdekkend uitgevoerd? • Wordt dat regulier onderhoud binnen het eigen werkingsgebied efficiënt uitgevoerd? • Wordt dat regulier onderhoud binnen het eigen werkingsgebied efficiënt geregisseerd? Door antwoorden te verzamelen op deze drie vragen werd het probleem scherper in kaart gebracht en geobjectiveerd. De studie beperkt zich tot het synthetiseren van een aantal onderzoeksconclusies.

Download bestand

 

Publicatie

Uitgever Interbestuurlijk plattelandsoverleg

 

Schrijf je in op onze nieuwsbrief



Trage Wegen draagt zorg voor je privacy. Door je in te schrijven op onze nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacyverklaring.

Nieuws

Volledig nieuwsoverzicht