Natuurpunt Oost-Brabant vzw

Natuurpunt Oost-Brabant is de onafhankelijke natuur- en milieuvereniging voor Oost- en Midden-Brabant. Tot haar kerntaken rekent de vereniging natuurbehoud en –beheer, landschapszorg, beleidswerking, natuurbeleving, natuurstudie, vorming en educatie. Natuurpunt Oost-Brabant is actief lid van de Vlaamse milieukoepel Bond Beter Leefmilieu. 

Natuurpunt Oost-Brabant heeft meerdere lokale afdelingen in Oost- en Midden-Brabant waar vrijwilligers de plaatselijke werking van Natuurpunt waarnemen.

www.natuurpuntoostbrabant.be

Op de bres voor natuurlijke trage wegen

Natuurpunt Oost-Brabant is geassocieerd met haar gewestelijke naamgenoot, maar heeft in de eerste plaats een streekgerichte werking, bezet een eigen secretariaat in Kessel-Lo en geeft ook een regionaal blad uit ("Natuur en Landschap"). We wisselen van gedachten met Luc Vervoort, medewerker van de vereniging en duidelijk begaan met de trage-wegenproblematiek.

Hoe is Natuurpunt Oost-Brabant vzw ontstaan? Wat is jullie voornaamste doelstelling?

Natuurpunt Oost-Brabant werd als vereniging reeds boven de doopvont gehouden in 1971 waarbij toen allerlei lokale actiegroepen, groencomités en ‘ornithologische commissies’ uit het Hageland (streek ten oosten van Leuven) zijn samengebracht in één overkoepelende milieuvereniging met de toen welluidende naam ‘Overkoepelende Raad voor de Organisatie van het Milieubeheer in Oost-Brabant’, afgekort ‘O.R.O.M.B.’. Al snel daarna werd de naam vereenvoudigd tot ‘Regionale vereniging Natuur en Landschap’ . Midden de jaren ’90 fusioneerden we met het toenmalige ‘Milieuoverleg Midden-Brabant’ en omdat de samenwerking met de toenmalige vzw Natuurreservaten in de jaren ‘1990 steeds intensiever werd hebben we bij die gelegenheid de naam van de grote vereniging aangenomen. Weliswaar met toevoeging van Oost-Brabant want vanaf dat moment was ook de streek ten westen van Leuven in het werkingsgebied betrokken. Na de fusie met’ De Wielewaal’ actualiseerden we de naam tot ‘Natuurpunt Oost-Brabant’. Ondanks dat we ondertussen een ‘geglobaliseerde’ naam hebben aangenomen, blijven we een zeer streekgerichte werking ontwikkelen. Hiervoor zorgt een overkoepelend regionaal besuur waarin de vertegenwoordigers van de afdelingen minstens maandelijks samenkomen. Eigen klemtonen en prioriteiten worden gelegd, alhoewel we ons natuurlijk dikwijls scharen achter globale campagnes of projecten van Natuurpunt of Bond Beter Leefmilieu. De vereniging geeft ook een regionaal blad ‘Natuur en Landschap’ uit en bezet een eigen secretariaat te Kessel-Lo (Leuvensestraat 6, achter het Leuvens station).

Hoe is het gesteld met de trage wegen in Oost-Brabant? Welke kansen en bedreigingen ontwikkelen zich in jouw streek?

De regio is natuurlijk erg verscheiden, gaande van gebieden onder sterke vertedelijkingsdruk zoals rond Leuven en het meest westelijk gedeelte aanleunend bij de Brusselse rand. Daarnaast is de problematiek in de leemstreek met nog echt grootschalige landbouwgebieden totaal verschillend. Zoals elders staat ook dit openbaar patrimonium sterk onder druk, alhoewel een aantal gemeenten de laatste jaren waardevolle initiatieven proberen te nemen. Voorttrekker in ons werkingsgebied was de gemeente Herent, die het zelfs aandurfde om het been stijf te houden tegen een aantal buurtbewoners die de trage wegen achter hun tuin maar ‘hinderlijk’ vonden. Promoten en herwaarderen van de bestaande trge wegen is meestal geen probleem, maar naar handhaving geven veel gemeenten niet thuis. Bestuurders zien er tegen op om inwoners aan te pakken op hun ‘asociaal’ gedrag wanneer deze wegen afsluiten of omploegen. Enkel wanneer een breed protest kan georganiseerd worden of een volgehouden juridiche strijd gevoerd wordt zoals in Holsbeek kan de laksheid worden doorbroken. Hier moet toch wel eer betoond worden aan Marc Vandamme uit Holsbeek die jarenlang op zijn rechten als trage weg gebruiker heeft gestaan en uiteindelijk is de gemeente moeten overgaan tot een totaal herstelplan. Ik denk dat Marc een belangrijke bijdrage heeft geleverd in het bewustzijn rond dit patrimonium. In gebieden onder verstedelijkingsdruk geraakt het landschap grondig versteend, de resterende trage wegen worden herverkaveld en komen uiteraard landschappelijk in een volledig andere setting terecht. In de meer ‘groene buitengebieden’ worden trage wegen enorm gebruikt voor verschillende vormen van recreatie, waaronder de laatste tijd terug meer gemotoriseerd (quads) maar ook fiets- of ruiterverkeer gaat soms ten koste van mooie wandelpaadjes. Hierbij speelt ook de voortdurende druk van ‘verharding’ mee waardoor het landelijk aanvoelen maar soms ook belangrijke natuurwaarden worden aangetast. In landbouwgebieden speelt uiteraard ook de schaalvergroting en hier waren de ruilverkavelingen in een nog niet zo ver verleden nogal nefast voor landelijke veldwegen en paden.

In 2003 publiceerde Natuurpunt Velpe-Mene het memorandum van Willebringen. Heeft deze aandacht voor het behoud van trage wegen in het kader van ruilverkavelingen gezorgd voor een nieuwe dynamiek in de streek?

De verandering was al ingezet met de ruilverkaveling Hoegaarden. We kunnen wel zeggen dat de acties rond dit gebied, het denken en omgaan met landelijk gebied en landelijk patrimonium zoals natuur, cultuurhistorische elementen en trage wegen, heeft veranderd. Zelfs met doorwerking naar het Vlaamse niveau. De regio van Hoegaarden en Willebringen heeft een dicht netwerk van holle wegen. Voor het eerst verdween er geen enkele holle weg in een ruilverkaveling, terwijl we in de jaren ’70 en ’80 nog hopeloos actie voerden voor het behoud van prachtige holle wegen in de regio tussen Landen en Tienen. Ook werd gezocht naar alternatieve verhardingswijzen en ook enkele kasseiwegen bleven bewaard. Met deze acties is in deze streek het bewustzijn gegroeid dat de holle wegen, paden en het omgevende landschap een bijkomende troef zijn. Hoegaarden promoot, naast de brouwerij, zijn holle wegen als toeristische attractie. Toen voor een paar jaar de brouwerij dreigde verhuisd te worden door INBEV zijn we zelfs mee gaan betogen. Mede dank zij de ruilverkaveling kon een ecologisch netwerk langsheen de valleien gerealiseerd worden. Dit geeft bijkomende enorme mogelijkheden naar toegankelijkheid en beleving van het landschap. Dit oogt door een uitgekiend beheer als natuurreservaat trouwens steeds fraaier! Wij hebben ons afgelopen decennium sterk toegelegd op de verwerving van natuurgebieden en beheren zo’n 2000 hectare in het werkingsgebied. Niemand kan ontkennen dat deze een enorm positieve rol gespeeld hebben in het toegankelijk blijven en worden van verschillende gebieden, daar waar onze tegenstanders ons steeds stokken in de wielen hebben trachten te steken door te roepen dat het de bedoeling was om ‘prikkeldraadreservaten’ te maken.

Wat is volgens jou de ecologische meerwaarde van trage wegen? Zijn er specifieke natuurwaarden gekoppeld aan de trage wegen in jouw streek?

Trage wegen zijn uiteraard belangrijk voor natuurgebieden en landschappen omdat mensen er dan mee in contact kunnen komen en deze meer gaan waarderen, het draagvlak voor het behoud en het beheer van deze gebieden kan er mee vooruit worden geholpen. Op zich zijn onverharde veldwegen en paden ook een biotoop met soms een rijke verscheidenheid. Het is wel van belang dat de authentieke grondsoort bewaard wordt. Zo hebben we bij ons in de streek heidestroken langsheen zandige paadjes, wegjes met brokken ijzerzandsteen op de Hagelandse heuvels waar warmteminnende insecten en reptielen goed gedijen terwijl in de leemstreek zelfs zeldzame kalkminnende planten groeien op de grazige midden- en zijbermen. Ook een sterk achteruitgaande soort zoals de Argusvlinder blijkt gebonden aan de afwisseling van grazig begroeide en open stukjes snel opwarmende grond op de veldwegen. Uiteraard verdwijnt dit alles bij een verharding, maar ook halfverhardingen zoals dolomiet zijn in dit geval nefast. Ze wijzigen sterk de chemische aard van de bodem waardoor de typische planten en daarmee de hele natuurlijke levensgemeenschap verdwijnt. Ook sommige verhardingen in hakselhout verergeren alleen maar het oprukken van grote brandnetel en distels in het landschap. Herstel of verbeteringen dienen in het geval van waardevolle wegen te gebeuren met plaatseigen materiaal. Ook de belevingswaarde van zo’n (half)verharde wegen gaat er ons inziens sterk op achteruit, het ‘landelijke’ verdwijnt uit het landschap. De erkenning van trage wegen op zich verbeterd, de erkenning van de ecologische waarde ervan staat nog in zijn kinderschoenen. Er zijn trouwens heel wat wandelaars, ruiters en MTB-rijders die ons aanspreken over hoe zij op zoek zijn naar gewone onverharde wegen.

Op welke manier zijn jullie met het trage-wegenpatrimonium begaan?

Onze vereniging is sterk vertegenwoordigd in allerlei overlegorganen, milieuraden en gecoro’s die de opmaak van gemeentelijke structuurplannen begeleiden. Daar maken we er meestal een punt van. Verder zijn we van in het begin mee de drijvende kracht achter de regionale landschappen die mee het (zacht) toeristisch en recreatief beleid van regio’s proberen vorm te geven. Tientallen, zo niet honderden wandelroutes worden uitgestippeld, die bijna altijd zoveel mogelijk trage wegen inschakelen. Zoals gezegd zijn het vooral deze toeristisch en recreatieve potenties die trage wegen in ons werkingsgebied populair maken. Het functionele belang voor (milieuvriendelijke) verplaatsingen te voet of per fiets komt ook aan bod, maar daar is duidelijk minder oren naar bij de gemeenten. Ook realiseren we nieuwe verbindingen doorheen zelf verworven natuurgebieden.

Hoe is het gesteld met het draagvlak voor trage wegen in jouw streek?

Wanneer het de gemeenten goed uitkomt is er zeker bestuursmatig meer draagvlak gekomen, steeds meer recreërende inwoners maken er gebruik van, dus bestuurders bieden dit graag aan. Behalve uiteraard wanneer het gaat over herstel van verdwenen wegen en dan strijkt men niet graag tegen de haren in. Ook bij de bevolking is er zeker een positieve evolutie, behalve als men aan de eigen achtertuin aangemaand wordt een afgesloten weg terug open te maken.

Jullie organiseren heel wat wandelingen, waaronder de verschillende Walks for nature. Worden jullie daarbij soms geconfronteerd met verwaarloosde of verdwenen stukken trage weg? Doen jullie soms inspanningen om "missing links" te vervolledigen?

De ‘Walk for Nature’ is een succesvol concept met jaarlijks duizenden wandelende en fietsende” deelnemers. Uiteraard komen trage wegen dan als een evidentie in beeld, meestal worden ter gelegenheid daarvan nieuwe bewegwijzerde wandelwegen ed. geopend.

Bestaan er nog kansen om bijvoorbeeld natuurgebiedjes met elkaar te verbinden via trage wegen?

Dat is inderdaad een belangrijke mogelijkheid. Natuurlijk speelt ook de begeleidende begroeiing een grote rol want meestal is de breedte van het openbaar tracé zeer beperkt. Het is wel belangrijk om dan oog te hebben voor het habitat (bodem en vegetatie) van de weg.

Nemen jullie soms standpunten in inzake trage-wegendossiers?

Zoals gezegd proberen we meestal via allerlei overlegorganen of fora te komen tot een positief beleid rond trage wegen. Wanneer bepaalde trage wegen verdwijnen zullen we dit melden aan de bevoegde instanties en proberen via hen de handhaving af te dwingen. Publiek een polemiek gaan voeren via de pers ed. is slechts een laatste redmiddel en proberen we te vermijden, meestal omdat er persoonlijke belangen mee gemoeid zijn en de discussie dan snel emotioneel opgeklopt wordt. De pers heeft vandaag niet liever en al snel komt het eigenlijke probleem niet meer in beeld en dat komt de zaak niet ten goede.

Wat betekent lid zijn van Trage Wegen vzw voor Natuurpuunt Oost-Brabant vzw?

We vinden het belangrijk dat er een breed forum is ontstaan met alle trage weggebruikers en er samen een vuist kan gemaakt worden. Uiteraard is de ondersteuning, bv. op inhoudelijk en juridisch vlak een enorm pluspunt. Naast de vrijwaring van dit belangrijk en bedreigd patrimonium op zich maakt onze achterban veelvuldig gebruik van trage wegen. Als extra aandachtspunt willen wij dus het ecologisch aspect aanbrengen en zeer veel vragen stellen bij het wijdverspreide streven van (half)verharden van landelijke wegen.

Heb je weet van gemeenten in jullie werkingsgebied die actief zijn rond trage wegen?

De meeste gemeenten hebben trage wegen nu wel al op één of andere manier op een positieve manier ingeschreven in hun beleid, maar meestal blijft alles eerder passief en zijn externe (vrijwillige) voortrekkers nodig vanuit toeristische, sportieve of milieuhoek. Herent is zoals gezegd een lichtend voorbeeld, maar ook Rotselaar staat in de streek bekend als pro-trage weg, Holsbeek is, voor een stuk noodgedwongen, ook actief op dit vlak.

Wat is je favoriete trage weg in jou streek?

Een aantal holle wegen in de ijzerzandsteenheuvels van het Hageland, maar spijtig genoeg hebben ze er verschillende geasfalteerd. Een heel mooie is de Oude Diestsebaan in Tielt-Winge, maar die is ondertussen terecht gekomen midden een kader van een golfterrein terwijl dat vroeger nog een typisch Hagelands landschap was. In die zin zou men een trage weg moeten vergelijken met een monument waarvan toch ook gezegd wordt “een monument staat niet alleen”.

Komen jullie in aanraking met andere verenigingen die gebruik maken van trage wegen?

Vermits wij zelf zoveel gebruik maken van trage wegen of de discussie hier rond mee aantrekken komen wij in contact met wandelverenigingen, fietsers, ruiters ed., dikwijls medestanders rond deze zaak. Ook met overheden en verenigingen rond sport , recreatie en toerisme is hierover veel contact. Met individuele boeren en grondgebruikers wordt dikwijls naar een treffelijke oplossing gewerkt, met landbouworganisaties bv. is over het onderwerp geen contact.

Meer info:
Natuurpunt Oost-Brabant vzw - Luc Vervoort, 016/25.25.93 ( This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it. )

Schrijf je in op onze nieuwsbrief



Trage Wegen draagt zorg voor je privacy. Door je in te schrijven op onze nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacyverklaring.

Nieuws

  • K2_TuePMCETE_November+0100RNovPMCET_0C3 Vraag van de maand: hoe je gemeente aanzetten tot actie? (2)

    Het is allicht geen nieuws meer: op 1 september 2019 trad het decreet houdende de gemeentewegen (afgekort: Gemeentewegendecreet) in werking. Dat is belangrijk, want ook de trage wegen vallen onder dit decreet. Dit nieuwe reglementair kader zorgt voor heel wat veranderingen. Dé hamvraag die we de de afgelopen weken en maanden steeds meer te horen kregen is dan ook... op wélke manier kan ik mijn gemeente aanzetten tot actie? Vandaag: het verzoek tot herwaardering.

  • K2_TuePMCETE_November+0100RNovPMCET_0C3 Het kan wél - Meer dan 3 km herstelde en nieuwe wegen in en rond de dorpskern van Rozebeke

    Jaarlijks worden er op de Dag van de Trage Weg heel wat herstelde en nieuwe trage verbindingen ingewandeld. De afgelopen herfstige editie vormde hierop géén uitzondering. De werkgroep Trage Wegen Zwalm toonde zich opnieuw erg actief en sloot trots het voorbije werkjaar af met enkele mooie realisaties in en rond Rozebeke (één van de 12 Zwalmse kerkdorpen). Ook Natuurpunt Zwalmvallei en het Agentschap voor Natuur en Bos zorgden voor twee gloednieuwe doorsteken in de Zwalmvallei.

Volledig nieuwsoverzicht