Friday, 31 January 2014 12:54

Vraag van de maand - Wat is een jaagpad?

Heel wat trage wegen liggen langsheen waterlopen of bovenop dijken. Het gaat dikwijls om populaire recreatieve verbindingen in wandel- en fietsroutenetwerken. Maar hoe zit dat het gebruik van dergelijke trage wegen nu juridisch in elkaar?

Dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. Aan de oevers van een bevaarbare waterloop rusten er drie erfdienstbaarheden ten algemene nutte: aan de ene kant van de waterloop is er een zogeheten "jaagpad", aan de andere kant een "voetpad". Ten slotte rust er ook nog een bouw- en plantverbod aan de kant van de oever waar het jaagpad ligt.

De publiekrechtelijke erfdienstbaarheden

ligfietsEen jaagpad (ook wel "trekpad” of "dijkweg") is een pad dat langs een bevaarbare waterloop ligt en dient om schepen vanaf de wal te trekken ("jagen”). Heeft het deze functie niet, en dient het slechts voor voetgangers, dan betreft het een voetpad. Zoals o.m. uit artikel 556 van het Burgerlijk Wetboek kan worden afgeleid, omvatten de jaag- en voetpaden de stukken grond die een eigenaar aan de oever van een waterloop moet vrijlaten. Dat artikel stelt: "Aanslijkingen en aanwassen die langzamerhand en ongemerkt ontstaan aan bij een stroom of rivier gelegen gronden, worden aanspoelingen genoemd. De aanspoeling komt ten goede aan de eigenaar van de oever, onverschillig of het een stroom of een al dan niet bevaarbare of vlotbare rivier betreft; in het eerste geval echter moet het voetpad of jaagpad worden vrijgelaten, overeenkomstig de verordeningen”.

Het betreft een erfdienstbaarheid ten algemenen nutte. Artikel 650 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt met betrekking tot erfdienstbaarheden: "Die welke gevestigd zijn tot algemeen of tot gemeentelijk nut, betreffen de voetpaden langs bevaarbare of vlotbare rivieren, het aanleggen of herstellen van de wegen en andere openbare of gemeentelijke werken. Alles wat deze soort van erfdienstbaarheid betreft, wordt door bijzondere wetten of verordeningen geregeld”.

Het betreffen bovendien slechts de bevaarbare waterlopen, aangezien het pad, of het nu om een jaag- dan wel een voetpad gaat, ten dienste staat van de schepen op de waterloop. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat de schipper in geval van nood aan wal moet raken. Zoals de Raad van State in een advies van 8-16 messidor in XIII (jawel, het gaat wel degelijk over 26 juni tot 4 juli 1804) jaagpaden stelde: "Considérant que l’obligation de laisser un espace libre sur le cours des rivières navigables est une servitude imposée par la loi sur les héritages riverains (art. 649 et 650 C.Civ.)”.

Afstanden

Bij decreet van 22 januari 1808 werd artikel 7, titel XXVIII van de ordonnantie van 1669 van toepassing verklaard op alle bevaarbare waterlopen van het keizerrijk: "Les dispositions de l'article 7 du titre XXVIII de l ’ordonnance de 1669 sont applicable à toutes les rivières navigables de l’empire, soit que la navigation y fût établie à cette epoque, soit que le gouvernement se soit déterminé depuis, ou se détermine aujourd’hui et à I’avenir à les rendre navigable.”

jaagpad uit de luchtDit artikel 7 bepaalt dat "de eigenaars van erven, palende aan de bevaarbare rivieren langs de boorden ten minste vier en twintig voet (7,80 m) breedte vrij zullen laten voor koninklijke weg en paardetreinen, zonder dat zij bomen planten, noch afsluiting of haag aanbrengen mogen op minder dan dertig voet (9,75 m) aan de kant waar de schepen voortgetrokken worden en op minder dan tien voet (3,25 m) aan de andere boord, op straffe van 500 pond boete, verbeurdverklaring der bomen en dat zij, de overtreders ertoe verplicht worden de wegen te herstellen en opnieuw in staat te brengen, op hun kosten".

Door deze verklaring werden de oude costumen, edicten en ordonnanties, die de omvang van de paden regelden, opgeheven. Ze werden vervangen door de bepalingen van artikel 7 van de ordonnantie van 1669, die vaststellen hoeveel ruimte de eigenaar van de oever precies moet vrijlaten voor het voet- of jaagpad. Voor jaagpaden moet een breedte van 24 voet (7,8 meter) vrijgehouden worden. Voor voetpaden is dit 10 voet (3,25 meter). Aan de kant van het jaagpad geldt bovendien een bouw- en plantverbod over een breedte van 24 voet (9,75 meter). Deze breedtes gelden slechts behoudens door de regering bepaalde uitzonderingen. Artikel 4 van het decreet van 22 januari 1808 luidt immers:
L’administration pourra, lorsque le service n’en souffrira pas, restreindre la largeur des chemins de halage, notamment quand il y aura antérieurement des clôtures en haies vives, murailles ou traveaux d’art, ou des maisons à détruire.

In dezelfde lijn bepaalt artikel 89 van het algemeen reglement der scheepvaartwegen:

"Op de langs bevaarbare en vlotbare rivieren gelegen gronden die met dienstbaarheid van jaag- en voetpad bezwaard zijn, mogen door de particulieren geen werken of beplantingen uitgevoerd worden binnen de grenzen respectievelijk vastgesteld in artikel 7 van titel XXVIII van de verordening van 13 augustus 1669 en bij het koninklijk besluit van 4 november 1920, gewijzigd door het koninklijk besluit van 12 november 1934 en door het besluit van de Regent van 13 mei 1946, zonder dat daartoe vooraf de machtiging werd bekomen van het ministerie van Openbare Werken. Deze machtiging doet geen afbreuk aan de rechten van de Staat zoals deze rechten uit voormelde verordening voortvloeien; ze wordt steeds onder een onbestendige titel verleend en is steeds herroepelijk.

De eigenaars van gronden, langs andere waterwegen of hun aanhorigheden gelegen, mogen niet bouwen of planten vooraleer zij de grens van het openbaar domein ten overstaan van beide partijen hebben doen vaststellen. Zij moeten de voorgeschreven rooilijnen volgen, welk door de agenten van het bestuur getrokken zijn. Zonder bijzondere toelating, mag het planten enkel geschieden op 2 meter van de grens van het openbaar domein voor hoogstammige bomen, en op een halve meter voor andere bomen en levende hagen.

jaagpad

De eigenaars en huurders van goederen langs bevaarbare rivieren, plaatsen en onderhouden in goeden staat, over de grachten, kreken en afvoer- of bevloeiingsgreppels, die voor hen gemaakt zijn en in die rivieren uitlopen, voetbrugjes van behoorlijke breedte, minstens 45 centimeter, opdat het jaagpad onafgebroken zou doorlopen; deze brugjes hebben aan de landzijde een wit geschilderde leuning.

Juridisch statuut

De loutere kwalificatie van een strook grond als jaag- of voetpad heeft geen gevolgen voor de vraag van wie de eigendom van de strook is. In beginsel behoort de grond nog steeds in eigendom toe aan de eigenaar van de oever. Een jaag- of voetpad is dan ook in beginsel geen openbare weg in de

administratiefrechtelijke zin: zij strekken slechts tot nut van de scheepvaart, en staan geenszins open voor het publiek.

Het is vanzelfsprekend mogelijk dat de overheid eigenaar is van de grond langs de waterloop, of eigenaar wordt van het pad via overdracht in der minne of onteigening. ln dit geval kan de overheid beslissen de weg wel open te stellen voor het publiek.

Een ministeriële circulaire van 10 oktober 1892 wijst erop dat heel wat voet- en jaagpaden het karakter van een openbare weg of van een straat verkregen hebben, en is de mening toegedaan dat de gemeenten derhalve de onderhoudslast moeten dragen. ln sommige gevallen is het voet- of jaagpad opgenomen in een Gewestweg. ln die omstandigheden werd het beheer van heel wat voet- en jaagpaden aan de gemeente of aan het Gewest overgedragen. Die overdracht van beheer laat het eigendomsaspect ongemoeid.

Langsheen onbevaarbare waterlopen dienen aangelanden en eigenaars bepaalde afstandsregels te respecteren, maar dit louter en alleen voor het beheer van de waterloop. Er geldt geen algemeen recht van doorgang. Dat recht kan wel ontstaan door vestiging of verjaring, waardoor een openbare weg ontstaat in administratiefrechtelijke zin van het woord. Ook heel wat buurtwegen volgen exact hetzelfde tracé als het jaagpad.

En toch wandelen en fietsen?

afgesloten jaagpad

Hoewel er op de jaagpaden strikt genomen geen algemeen recht van doorgang geldt, regelt het Algemeen Reglement der Scheepvaartwegen in art. 93 de toegang voor voetgangers, fietsers en de bromfietsers (klasse A). Deze weggebruikers mogen

zonder vergunning op het jaagpad. De maximum toegelaten snelheid op het jaagpad bedraagt 30 km/u. Daarbij moet worden vermeld dat de plaatselijke signalisatie altijd voorrang heeft op deze toegang. Zo kan het verkeer op het jaagpad tijdelijk of definitief worden omgeleid voor los- of laadactiviteiten aan de kaaimuren. En dat leidt niet zelden tot protest van de omwonenden, zoals in Tildonk-Sas (zie foto).

Meer lezen over jaagpaden?

- F. WASTIELS, Wegenrecht, 136.

- A. DE POVER, “Erfdienstbaarheden van openbaar nut”, Adminstratief Lexicon, z.d., nr. 16.

- R. MULLIE, Voirie et constructions, 1931, 15.

(Met veel dank aan Wikipedia, Do, Fietsbult, Waterwegen en Zeekanaal NV en het Actiecomité Kampenhout-Sas Ademt! voor de foto's)

Schrijf je in op onze nieuwsbrief



Trage Wegen draagt zorg voor je privacy. Door je in te schrijven op onze nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacyverklaring.