Wednesday, 29 May 2013 17:05

Trage Wegen sprak met Sybrand Tjallingii, de grondlegger van het ecopolismodel

Sybrand Tjallingii is de grondlegger van het ecopolismodel, een duurzaam stadsmodel dat wereldwijd wordt toegepast. Drie kernwoorden kleuren het concept: verantwoordelijkheid, leven en participatie. De ecopolis biedt een oplossing voor ruimtelijke problemen, maar ook voor sociale en ecologische problemen. 

Een stad is volgens Tjallingii pas duurzaam als ze voldoet aan de volgende criteria:

  1. men gaat verantwoord om met alle stromen die er doorheen lopen: energie, water, grondstoffen, verkeer enz.
  2. de stad heeft 'levende' plekken: gebouwen, parken, woonwijken enz. 
  3. er wordt constructief voor en met de bewoners of gebruikers worden.

Dat trage wegen een cruciale rol spelen in zo'n duurzame stad is duidelijk. Daarom zochten we Sybrand Tajllingii op in Hasselt waar hij op 16 mei een lezing gaf over de ecopolis.

 

tw klein470Jouw brede opleidingsachtergrond en professionele carrière tonen aan dat je met betrekking tot ons moderne landschap heel wat ervaring hebt. Hoe is die passie voor het landschap ontstaan?

Ik kom uit een biologisch nest. Mijn vader werkte als bioloog in een laboratorium en deed veldproeven. De liefde voor biologie is me dus met de paplepel ingegeven. De passie voor het landschap is nadien traag maar gestaag gegroeid. In eerste instantie vanuit de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie. En later tijdens mijn studie biologie en specialisatie in bodemkunde.

Mijn eerste baan had ik in het Bodemkundig Instituut van de Universiteit van Utrecht. Ik werkte onder andere aan een stuwdamproject in Ivoorkust. Vanaf toen werd mijn interesse op een hoger niveau getild. Ik leerde het landschap kennen in verschillende lagen. Verder werkte ik in Nederland aan een praktijkproject rond een riviervallei met heel wat verschillende partners. Daar breidde ik mijn analyserende kennis uit met planvorming. Het waren mijn eerste ervaringen met landschapsontwikkeling. Het echte begin van mijn loopbaan situeer ik in de periode dat ik in Delft de landschapsontwikkeling dieper ging bestuderen en er mee vorm aan ging geven.

Wat zijn jouw ervaringen met het thema trage wegen, vroeger en nu?

Nederland heeft al een lange fietstraditie en voor heel wat mensen – ook voor mij – is de fiets in Nederland hét vervoermiddel bij uitstek. In de jaren '70 en '80 was er nog niet echt behoefte om trage wegen te herstellen en te ontwikkelen. Er waren immers genoeg mogelijkheden en de auto had maar een beperkte rol in het verkeer. Pas toen het autoverkeer enorm was toegenomen, werd duidelijk dat een doordachte aandacht voor trage wegen en het openbaar vervoer noodzakelijk was. Je zag de belangstelling voor paden en wegen, specifiek voor trageweggebruikers, dan ook geleidelijk aan groeien. In Nederland bv. werden heel wat oude landwegen omgevormd tot functionele fietspaden met parallel een netwerk voor autoverkeer. En in de winter vind je er een bijzondere categorie van 'tijdelijke' trage wegen: in koude periodes worden er op kleine waterlopen faciliteiten (signalisatie, tentjes,...) voorzien om van dorp tot dorp te schaatsen. Je komt zo op plaatsen die anders niet bereikbaar zijn. Dat geldt overigens ook voor kanoroutes.

Hoe zie jij het thema trage wegen in de duurzame stad, de ecopolis?

In het ecopolismodel vind je het concept terug van een doordachte zonering op basis van een verschil in dynamiek: sommige gebieden zijn beter geschikt voor de verdere ontwikkeling en verweving van hoogdynamische functies zoals massarecreatie, wereldmarkt-landbouw en industrie, terwijl andere meer geschikt zijn voor laagdynamische functies zoals natuur, recreatie, wonen en stadslandbouw. Daarbij passen de trage wegen. Het gaat dan om ruimtelijke bundeling en functionele scheiding. Uiteraard moet de inrichting aangepast worden aan de voorkomende dynamieken. Trage wegen koppelen perfect met de laagdynamische, groenblauwe netwerken. Ze passen in het concept van de slow lanes: ingerichte trage netwerken met parallel de fast lanes, gedragen door netwerken voor het snellere gemotoriseerde verkeer. Belangrijk is dat die laagdynamische zones geïntegreerd worden in het stedelijk weefsel en omgekeerd. Ruwe barrières zoals snelwegen vormen daarbij een groot probleem. Tunnels en ecoducten zijn daar bv. oplossingen voor.

In het ecopolismodel worden de gekende voordelen van trage wegen maximaal uitgespeeld. Het zijn veilige alternatieven voor straten, ze zijn functioneel en recreatief. Bovendien zijn ze aangenaam: je ziet en leert meer van het landschap en de omgeving en je komt op plekken waar je anders minder komt. Tot slot zijn het ook plekken waar je andere mensen ontmoet, waar je sociaal contact ervaart.

Kopenhagen en Freiburg zijn klassieke voorbeelden van duurzame, ecologische steden. Maar wat zijn de potenties van bv. Brussel? En specifiek op het vlak van trage wegen?

Toevallig ben ik via de samenwerking met een jonge onderzoeker bij een project in Brussel betrokken. Hij bestudeert het landschappelijke karakter van de beekdalen als onderliggende en structurerende landschapslaag. De beekdalen vormen samen met andere grote landschapsstructurende elementen zoals het Zoniënwoud de basis om de stad verder, duurzaam en leefbaar uit te bouwen. Hier liggen zeker mogelijkheden om het thema trage wegen te betrekken. Groen, water en trage wegen hebben de potentie om hand in hand te gaan bij de stads- en landschapsontwikkeling van Brussel.

Vele gebieden in de wereld komen steeds meer onder druk van complexe ruimtelijke vraagstukken zoals functieverweving en multifunctioneel gebruik. Dit geldt niet in het minst voor Vlaanderen. Denk maar aan de complexe context en dynamieken tussen stad en platteland. Hoe zie jij dit? En in de toekomst?

Het is algemeen geweten dat Nederland al decennia lang een sterke planningsstrategie heeft. Op dit moment laat men overigens de teugels wat vieren en worden veel taken overgedragen aan provincies en gemeenten. Maar bepaalde regels, modellen en concepten zijn nodig om structuur in het landschap te brengen, om een leefbaar en kwaliteitsvol landschap te kunnen ontwikkelen. De ruimtelijke planning en ordening moeten ook samen met het veranderende landschap evolueren. Bovendien is de ene plaats of stad, de andere niet. Elke omgeving heeft een eigen traditie, ontwikkelingsgeschiedenis en wordt gevormd door specifieke structurerende elementen. Er moet dus steeds worden uitgegaan van de bestaande context en eerdere ruimtelijke ontwikkelingen, zowel positief als negatief. Het vraagstuk van functieverweving en multifunctioneel gebruik wordt steeds complexer. Er komen steeds meer verschillende ruimteclaims waardoor samenhang en samenwerking steeds belangrijker maar ook ingewikkelder worden. Daarbij passen strategische concepten, zoals de slow lane en fast lane die gedragen worden door de netwerken van water en verkeer: een frame van duurzame dragers dat een flexibele invulling kan dragen.
Persoonlijk zie ik heil in het ordenen van ons landschap door subtiele up- en downgrades van weloverwogen functies in welbepaalde zones, gesteund op een aantal belangrijke leidraden (gidsmodellen) voor de ontwikkeling van een gunstig (stads)klimaat. Zo is het belangrijk om het zware verkeer te concentreren langs centrale assen, parallel een netwerk van trage wegen te ontwikkelen en om op de juiste plekken groen en blauw te laten doordringen in de stad. Ecologische principes op het vlak van hernieuwbare energie en duurzaamheid zijn daarbij heel belangrijk. Een leefbare stad kan ook niet te groot worden. Dan kan het beter zijn om satellietsteden te laten uitgroeien die op hun beurt via een netwerk van openbaar vervoer in verbinding staan met de grotere steden.

Denk je dat er zich nieuwe benaderingsvormen of concepten opdringen rond ruimtelijke planning bv. met betrekking tot eigendom (gemeengoed), gebruik en beheer?

De benadering van de twee netwerken wordt al in sommige recente grote projecten opgepakt, zoals in de nieuwe Utrechtse wijk Leidsche Rijn en de herstructurering van de naoorlogse flatwijk Schalkwijk in Haarlem. Er bestaan ook eco wijken met een breder totaal programma, zoals Eva-Lanxmeer in Culemborg. In deze wijk wordt wonen gecombineerd met werken, recreëren, drinkwaterwinning, naar school gaan, en voedsel produceren. Een multifunctionele wijk dus, waar vanaf het eerste uur hoge ambities werden nagestreefd op het gebied van cultuurhistorie, landschap, water, energie, gebruik van bouwmaterialen, mobiliteit en bewonersparticipatie in de ontwikkeling en beheer van de wijk. Dit is op zich een mooi idee en het werkt ook als voorbeeldproject. Veel mensen komen er inspiratie opdoen. Maar elk gebied, elk project vraagt toch om een eigen oplossing. Voorbeelden en gidsmodellen, zoals de twee netwerken strategie, kunnen wel een zoekrichting aangeven. Voor de trage wegen zijn de "public rights of way" in Engeland en Wales wel een inspirerend voorbeeld.

We merken het: op pensioen maar nog lang niet op rust. Veel succes met je toekomstige bezigheden.

 

Een korte biografieTjallingii

Sybrand Tjallingii studeerde in 1969 af in de landschapsecologie (biologie met vegetatiekunde en bodemkunde) aan de Universiteit Utrecht. In 1996 promoveerde hij aan de TU Delft op Ecological Conditions, een fundamentele studie naar de relatie tussen ecologie en planning. Van 1975 – 1990 werkte hij in onderwijs en onderzoek aan de Faculteit Bouwkunde TU Delft. Van 1990 – 2002 was hij als onderzoeker groenbeheer en stad-land relaties verbonden aan het instituut dat nu ALTERRA heet, onderdeel van Wageningen Universiteit en Research organisatie. In 2002 keerde hij terug naar Delft waar hij tot zijn pensionering in 2006 universitair hoofddocent was bij de groep Milieutechnisch Ontwerpen van de Afdeling Stedenbouw aan de Faculteit Bouwkunde. Thans nog werkzaam als onderzoeker en adviseur op het gebied van stedenbouw en planologie met water en groen als belangrijkste thema's. Recente projecten zijn onder meer opdrachten van de Dienst Landelijk Gebied en van het Ministerie van Infrastructuur &Milieu. Vanaf 2008 werkt hij als docent mee aan de European Masters of Urbanism courses aan de University of Venice (IUAV).

 

Schrijf je in op onze nieuwsbrief



Trage Wegen draagt zorg voor je privacy. Door je in te schrijven op onze nieuwsbrief, ga je akkoord met onze privacyverklaring.